1500 tot 1600, de defensieve kwaliteit

De Habsburgers proberen hun erfgrondgebied in de Nederlanden uit te breiden en stuiten op verzet van o.a. de hertog van Gelre. Hij stuurt de gevreesde veldheer Maarten van Rossum op pad, die in 1543 met een aanval op Antwerpen plunderend door het Brabantse land trekt. De defensieve kwaliteit van het kasteel wordt danig op de proef gesteld.

Rossum

Maarten van Rossum

Maarten van Rossum staat bekend om z’n meedogenloze wijze van oorlog voeren. Listig, plunderend, verschroeide aarde, guerrilla, het zijn oorlogshandelingen die aan zijn naam zijn verbonden. Gedurende dertig jaar dient hij de belangen van de hertogen van Gelderland in hun strijd om de onafhankelijkheid van Gelderland veilig te stellen tegen de Habsburgers. Na de ondergang van het hertogdom Gelre vecht hij de laatste jaren van zijn leven in dienst van zijn oude vijand keizer Karel V.

In 1554 komt Kasteel Heeswijk in handen van Johan van Oost-Friesland, een telg uit de Friese familie Cirksena, die o.a. door huwelijken al belangen heeft in deze regio. De Cirksena’s zijn loyaal aan het katholieke Spaanse hof. Kasteel Heeswijk blijft tot 1621 in het bezit van deze familie.

Rond 1560 neemt de onrust in de regio toe. In die tijd begint de opstand tegen de Spanjaarden, wat als de prelude op de 80jarige oorlog moet worden beschouwd.

Terug naar 1400-1500. Verder naar 1600-1700.