1400 tot 1500, ridder Hendrik van der Lecke

In 1405 wordt ridder Hendrik van der Lecke de heer van Kasteel Heeswijk. Het landgoed breidt zich uit van Moergestel tot aan Asten. Hendrik van der Lecke bouwt een traptoren met een spiltrap waarmee de noord- en oostvleugel van het kasteel worden ontsloten. Aan de oostkant wordt op de kelder met tongewelven begonnen met de bouw van een zaalvleugel. Zijn dochter voltooit het plan met de aanleg van een overkapte weergang boven de keuken.

Cornelis de BergheDoor huwelijken en erfenissen wisselt het kasteel verschillende keren van eigenaar. Zo verwerft de heer van Zevenbergen, kanunnik en later bisschop van Luik, Cornelis de Berche (de Glymes), het kasteel en landgoed in 1499. Met Cornelis de Glymes, begint de laatgotische bouwfase die een tiental jaren in beslag neemt.

De woonvleugel krijgt een extra bouwlaag. De vertrekken worden hoger en voorzien van grote kruisvensters en fraaie schouwen. Op zolder wordt een tweede overdekte weergang aangelegd. Deze staat via het kleine arkeltorentje in verbinding met de weergang op de eerste verdieping.

Aan de zuidkant komt een zuilengalerij met waarschijnlijk een zaal erboven. In die tijd zal ook de neerhof ongeveer zijn huidige vorm krijgen. Het kasteel ontwikkelt zich al relatief vroeg tot een representatieve woonresidentie, maar met behoud van de defensieve kwaliteiten.

Terug naar 1300-1400. Verder naar 1500-1600.