ORDER
TICKETS
HERE

Geopend van dinsdag t/m zondag
Uit het depot – in the spotlights! maart / april 2020

Langzamerhand wordt het weer lente en komen ook de eerste lammetjes er weer aan. Geweldig om te zien in de wei, maar ze moeten ook een lekkere warme stal hebben. Natuurlijk hielden ze daar ook vroeger al rekening mee, zoals te zien op dit ontwerp voor een stallencomplex. De ‘jonge schaepen’ hebben hun eigen stalgedeelte (aangeduid met de letter E). Net als de ‘jonghe koeijen’ trouwens, die in de nabijgelegen stal (F) zaten.

Het hele complex is vrij precies op schaal getekend, dus we kunnen precies narekenen hoe groot het was. Ook de maten zijn zorgvuldig genoteerd, in duimen en Gentse voet. Elke ‘lokale’ voet was vroeger weer net iets anders, en één Gentse voet was 27,53 cm. Daarmee was de lange westzijde ongeveer 36 meter lang, de noordzijde zo’n 23 meter. De diepte van de ruimtes was ongeveer 7,5 meter.

We weten niet waar dit stallencomplex gebouwd is, of had moeten worden. Vermoedelijk hoorde het bij een van de landhuizen in het bezit van de familie Van den Bogaerde. Ook de precieze datering van het document is onbekend. Op basis van o.a. het handschrift en de classicistische architectuur van de buitenste gevel is het waarschijnlijk eind 18e of begin 19e eeuw te plaatsen. Ondanks deze vraagtekens geeft het ontwerp een mooi en concreet kijkje in de indeling van een stal en hoe die precies uitgedacht was. Zo zien we dat bij de paardenstal (H) ook een slaapplaats was voor de knecht, in het Frans ‘domestiquen’ genoemd (I) en het kostbare paardentuig werd dichtbij bewaard (K). Gelukkig voor de knecht was vlakbij was ook het ‘privaet’ (M). Tussen de koeienstal (N), en de varkenskotten (L), was het wagenhuis, waar de rijtuigen stonden. Opvallend is dat de ‘winckel der scheure’ opgesplitst is over twee flinke ruimtes, (A) en (C). Al met al een bedrijvig geheel!