Unieke aanwinst kasteel: De Klapper


Op 23 juni 2008 kwam Stichting Kasteel Heeswijk in het bezit van een bijzondere aanwinst: ‘De Klapper, inventaris der roerende goederen op de kastelen Heeswijk en De Nemerlaer’ uit 1895. In het dikke handgeschreven boekwerk staat per vertrek de inboedel (zowel kunst als het dagelijks gerief) vermeld van de twee kastelen die jonkheer Alberic van den Bogaerde van Terbrugge (1829-1895) - op het moment van overlijden - bewoonde en bezat.

Kasteelinventaris 1895 ontdekt
De kastelen van jonkheer Alberic van den Bogaerde van Terbrugge puilden uit van kunst en oudheden. De Klapper kwam als ‘oud vuil’ in handen van slotbewaarder Jan de Visser, die zich erover ontfermde. Nu het kasteel is gerestaureerd en zijn eigen geschiedenis in beeld kan brengen, heeft familie De Visser (op de foto rechts: Rien de Visser) dit unieke document overgedragen aan het kasteelarchief, dat is ondergebracht in het Brabants Historisch Informatie Centrum.


Voor verdere inlichtingen: Stichting Kasteel Heeswijk, Jacqueline Kerkhoff, directeur, telefoon: 06 21 87 31 69, e-mail: j.kerkhoff@stichtingkasteelheeswijk.nl


Het verhaal van De Klapper

Het is 22 april 1895. Op Kasteel Heeswijk sterft jonker Alberic. Hij laat een zalige erfenis na, maar ook een zuur testament: bijna 70 jaar moet alles zo wat bij het oude blijven en mag de familie niet op zijn kastelen wonen. De notaris schrijft de inventaris van zijn kastelen Heeswijk en De Nemerlaer (Haaren) op in De Klapper, van zijn vermaarde kunstcollectie tot en met het spaarbankboekje van zijn keukenmeid Dirkje Vos.


De nachtwacht van het kasteel Hannes de Visser trouwt met keukenmeid Dirkje. Samen worden ze slotbewaarder van een kasteel waar jarenlang geen adel mag wonen. Ze krijgen het meteen heel druk. Tegen de wil van Alberic wordt de spraakmakende collectie geveild en wereldwijd verspreid.

Zilver, porselein, schilderijen, munten, wapens, harnassen en heiligenbeelden verlaten in stromen het kasteel. Alleen in De Klapper blijft de verzameling intact. Die vermeldt ook meer dan 7.500 flessen wijn, 30.000 sigaren en zelfs ‘de onder- en bovenkleeren van den overledene’.


De 'gemene' Alberic

Zoon Jan de Visser volgt samen met zijn vrouw Netje zijn ouders op als slotbewaarder. Ze slapen en krijgen kinderen op de plek waar kort te voren nog de pijnbank stond. In 1964, toen het testament ten einde was, vindt de slotbewaarder tussen wat oud vuil in het verlaten poortmeestershuis, dat hij van baron Willem - die intussen in het koetshuis mocht wonen - moest opstoken De Klapper. Jan is bang dat de baron dit unieke document zal vernietigen. Deze wilde immers de gemene Alberic wissen uit de familie- en kasteelgeschiedenis. Daarom ontfermt hij zich erover en bewaart De Klapper veilig in het poortgebouw om ’in goede tijden’ over te dragen aan het kasteelarchief.


Aldus geschiedde op 23 juni 2008 in de Wapenzaal van Kasteel Heeswijk. Het kasteel is intussen geheel gerestaureerd en kan nu zijn eigen geschiedenis gaan vertellen. Voortaan ligt De Klapper veilig in het Brabants Historisch Informatie Centrum dat het kasteelarchief beheert. Door De Klapper weten we nu wat jonker Alberic meer dan honderd jaar geleden op zijn kastelen Heeswijk en De Nemerlaer achterliet aan grote en kleine schatten.


(Op de foto rechts onder: het moment van overdracht van 'De Klapper' aan het kasteelarchief van Kasteel Heeswijk, op 23 juni 2008. Van links naar rechts: Ton Nelissen, voorzitter Stichtingsbestuur Kasteel Heeswijk, René Bastiaanse, directeur Brabants Historisch Informatie Centrum en Jacqueline Kerkhoff, directeur Stichting Kasteel Heeswijk.)